Hey student, dit is waarom je nooit bij het corps moet gaan

Fotocredit: Sjef Klijberg

Iedereen die in een studentenstad woont is wel eens onvrijwillig met ze geconfronteerd: die welgestelde jongvolwassenen die in galakostuum of ranzig dispuutsvestje als een luide kudde gnoes door de stad banjeren. De vrouwen met lang blond haar, een pokdalige huid van de meters bier en een hese stem die niet sexy meer is; de mannen met opkomend bierbuikje en halflang haar dat zó ver naar achter wordt gekamd dat de haargrens een stukje is verschoven.

Of je het nou wilt of niet: corpsballen en dispuutstrutjes stellen wat voor. Zij gaan namelijk beslissen over jouw toekomst! Als ze niet met z'n allen de Tweede Kamer vullen, ga je ze wel tegenkomen in topfuncties op de Zuidas of in een koets op Prinsjesdag (shoutout naar Koning Pils!). Maar, wat is nou het geheim van deze corporale sekte?

We spraken Rosalie (21) en Lodewijk (22) over de levenslessen die het corps hen heeft gegeven.

1. Je leert de sekte te omarmen
De ontgroening ging Rosalie door merg en been. Ze lag drie septemberweekenden onder een badkuip ergens in een bos. De bestuursleden kwamen alleen langs om wat sardientjes, rosébier, brokken kots, snifjes asbest en vernederende woorden over haar heen te gooien. Toch wist Rosalie het zeker: "Dit zijn mijn soulmates." Ze herkende zich zo goed in de mensen die haar dit aandeden. "Ik klikte ook met de andere dames van mijn lichting. Ik bedoel, ik heb een meisje naast me zien poepen terwijl ik en plein public van tampon moest wisselen, omdat we het verenigingslied niet uit ons hoofd kenden. Dat schept gewoon een band."

2. Je leert masochisme te omarmen
Na een jaar vrijwillige onderdrukking werden de rollen omgedraaid. Alle opgekropte frustraties van de tweedejaars mochten gelost worden op de nieuwe feutjes. In het geval van Lodewijk betekende dat ALLE frustraties die hij OOIT had, al verwoordt hij het kalmpjes: "Die sjaars, eh.. Hilde? Ik heb haar voorhoofd wat opgeleukt door ons wapen erop te brandmerken met een strijkijzer. Dat is traditie." Wat er tijdens een ontgroening gebeurt mag niet naar buiten komen, dus in plaats van een rechtszaak, kreeg Lodewijk een dikke high five van de jaarclub en een gratis fust op de soos. (We hebben vernomen dat Hilde het goed maakt en 'zó dankbaar' is voor dit warme welkom en de derdegraads brandwond: "Ik draag er wel een blonde pony overheen!")

3. Je leert jezelf een onpraktisch taaltje aan
Rosalie is nu al twee jaar lid van damesdispuut Congruat in satis humilis sulcus. Alle namen van huizen, disputen, feesten en titels moeten Latijn zijn. Zo lijkt het oud, doorleefd en adellijk. Dat de naam 'Er past vrij weinig meer in mijn gleuf' betekent, is bijzaak. Lodewijk spreekt inmiddels met een gloeiendhete aardappel in zijn mond en roept dingen als 'Politesse! Heren, politesse!' wanneer leden door zijn speech over een nieuw neukertje praten.

4. Je leert dat een middeleeuwse hiërarchie echt iets voor jou is
Van eerstejaars die de glazen ophaalt terwijl hij zijn meerdere niet mag aankijken tot Meneer de Rector die letterlijk met een scepter zwaait: Lodewijk wil opklimmen. Hoe? "Gewoon heel veel bardienstjes draaien, niet met je rug naar de bar staan en Feuten het Feestje een keer of zes terugkijken."

5. Je leert het he-le-maal gehad te hebben met de normale mens
Na jaren niet verder te komen dan dispuutshuizen en sociëteiten, is het heel raar om contact te hebben met andere burgers, vindt Lodewijk. Hij heeft zijn vrienden van de middelbare school al jaren niet meer gesproken. Lodewijk: "De vaderknor van mijn toenmalige beste vriend werkt in de IT. Heel goed hoor, dat er mensen zijn die dat doen, maar ik kan daar niet mee over straat. Met alle respect, mijn vader kan die familie opkopen."

6. Je leert dat je lichaam een tempel is die gebombardeerd kan worden
Alle biercantussen, verplichte borrels, lustra, gala's, dispuutsavonden en roeitoernooien eisen zijn tol. Rosalie, ooit verkozen tot Blond Voorbeeldkind Heemstede-Aerdenhout 2003, is tijdens haar studie langzaam opgezwollen en praat alsof ze net wat asbakken, oude barbecues en roestige dieselmotoren heeft schoongelikt. Lodewijk kan zijn penis al een paar jaar niet meer zien en zag zijn mooie golvende haar afbreken na 5 jaar de volledige Leidse haargelvoorraad te plunderen.

7. Je leert met niets doen, alles te bereiken
Lodewijk en Rosalie zouden bijna vergeten dat ze studeren. Rechten welteverstaan. Of in ieder geval iets waar ze niet echt passie voor hebben. Maar ze hoeven zich geen zorgen te maken over hun studie. Die hoeven ze namelijk niet af te maken. Zo lang ze de zegelring met hun familiewapen erop niet kwijtraken of iemand daten wiens ouders PvdA stemmen, kunnen Lodewijk en Rosalie gewoon aan de slag als financieel directeur of staatshoofd.