Waarom bestempelen we dingen zo snel als 'on-Nederlands' goed?

Beeld: Nathan Stuger

Met al die brutale nieuwkomers die massaal naar ons land komen om onze mooie cultuur te kapen, is het zaak dat we af en toe stilstaan bij wat ons nou écht Nederlanders maakt. Of het nou producten, gebruiken, gerechten, mensen of neukstandjes zijn.

Een reminder voor ons en een leermoment voor hen: dit maakt je nou een Ultieme Nederlander.

Hier is deel 19: iets als on-Nederlands goed bestempelen!

Wat is dit?

Het bestempelen van een matige Nederlandse artiest, zoals Caro Emarald, of doorsnee NL'se serie – oh, hoi PENOZA - als 'on-Nederlands'-goed. Vaak als volgt gebruikt: een arthouse film wint een Gouden Kalf en heeft maar 300 bezoekers gehad. Na de winst zal iedereen op Twitter reppen over hoe 'extreem on-Nederlands goed!!!!' deze film is.

Waarom is het zo Nederlands?

Omdat dit perfect past in het slaapverwekkend suffige rijtje van oer-Hollandse clichés als ' je kop niet boven het maaiveld uitsteken' en 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg!'. Als iets terecht succesvol of goed blijkt, lijkt het onmogelijk om eens te zeggen: 'he top dit!'. Plus het is een sneer binnen een compliment: het is heel goed dus kan het bijna niet Nederlands zijn.

Wat kunnen nieuwkomers hiervan leren?

Dat wij altijd maar doen alsof we dat mallotige kleine kikkerlandje naast die Duitsers zijn en onszelf continue moeten spiegelen aan 'grotere' landen om ons heen. Want oh jeetje, we kunnen toch niet gaan lopen suggereren dat iets van eigen bodem 'gewoon goed' is.