Het leven begint pas echt als je niet meer met huisgenoten woont

Het leven begint pas echt als je niet meer met huisgenoten woont

Beeld: Hanna Whittle

Iedereen die claimt helemaal weg te zijn van zijn of haar bezemkast in een huis met twaalf lawaaierige en ranzige huisgenoten, liegt. Wanneer je de kans krijgt op een studiootje voor jezelf heb jij je naam al weggekrast van het schoonmaakrooster. En dit is waarom:

  1. De tijd die jij hebt gestopt in het afwassen van het servies van je huisgenoten, zodat je zelf kon koken, had je kunnen spenderen aan andere, veel nuttigere dingen. Zoals het hele oeuvre van Marco Borsato achterstevoren uit je hoofd leren of het onderhouden van de zeven verschillende cactussen op je balkon, die nu dus zijn overleden.
  2. Misschien heb je zelfs een soa opgelopen dankzij de 324 volgespoten condooms die nog ergens door je huis verspreid liggen. Aids is dichterbij dan je denkt!
  3. Je weet niet eens zeker of de haren in het doucheputje van Mariska, Sascha, Lennart of de overleden kat van de vorige eigenaar zijn. Aanraken doe je het in ieder geval niet. Die haren lagen er namelijk al toen jij twee jaar geleden introk.
  4. Je hebt inmiddels last van een chronisch slaaptekort. Dat is onder andere veroorzaakt door drugsfeestjes in de kamer naast de jouwe waar alleen een muur van wiebelend karton tussenzit. Je vond de masturbeersessies van je huisgenoot al irritant, maar dat gegiechel na het zeventiende rondje ballonnetjes van de avond komt helemaal je neus uit.
  5. Vergeet het maar dat jouw huis ruikt naar een lekkere luchtverfrisser of een goed parfum. Nee, jouw stekkie ruikt naar onvervangen vuilniszakken en de rook van die ene huisgenoot die zijn kamerdeur open laat staan terwijl hij zijn kankerstokkies wegwerkt. Ook heeft hij al drie jaar lang een bak bedorven huzarensalade in zijn kamer staan waarvan de geur in zijn kleding en behang is gaan zitten.
  6. Je badkamer is misschien nog wel de goorste plek in het huis, terwijl je daar juist schoon hoort te worden. Er staan versleten tandenborstels in een gore, zeven jaar oude 'I love Paris'-mok. Scheermesjes die vol met beschimmeld, wit schaamhaar zitten, liggen als een mijnenveld verspreid over de verkalkte vloer. Ook zit er een klein kevertje vast in die grote geel-fluoriserende gelpot van een oud-huisgenoot (die in 1999 vertrok uit zijn kamer).
  7. Er is ook die ene huisgenoot die niet je huisgenoot is maar gewoon de lover van een van je daadwerkelijke huisgenoten. Deze persoon eet al je chocola op, jat je wiet en spint hele dagen lang irritante techno via een krakend JBL boxje. Ook ruimt hij niks op omdat hij niet op de schoonmaakroosters staat, noch betaalt hij huur, maar een huissleutel heeft hij wel.
  8. Ook een ongewilde muizenfamilie onderhouden stond niet op je bucketlist toen je uit je ouderlijk huis vertrok. En de muizen die blijkbaar geilen op twee euro dure muizenbestrijdingsmiddelen van de Lidl zijn ook al jaren niet meer weg te krijgen. Inmiddels hebben ze allemaal hun eigen naam. Cute, not cute?
  9. Nooit meer hoef je verplicht sociaal te doen en 'hoi' te zeggen terwijl je de kracht er niet meer voor hebt. Niet meer naar luisteren naar problemen over scripties, geldproblemen of 'kun jij nog ff allesreiniger halen?'.
  10. En misschien wel de belangrijkste reden om je gore studentenhuis te verlaten: jij kan neuken wie je wil zonder dat je de volgende dag met je scharrel ongemakkelijk een pasta-pesto moet eten onder het toezien van al je gore huisgenoten.