Waarom hebben we toch zo'n haat-liefde verhouding met het woord kanker?

Waarom hebben we toch zo'n haat-liefde verhouding met het woord kanker?

Beeld: Hanna Whittle

We kennen allemaal wel iemand die aan kanker lijdt, een persoon die er heel dichtbij staat of iemand die overal achteloos het woord 'kanker' voor kwakt. Dat kanker best wel een kankerziekte blijft, daar zijn we het allemaal mee eens. Maar waarom wordt er dan toch zoveel mee gescholden?

Alles is 'kankermooi', 'kankerdik' of je gaat 'kankerhard'. Totdat je zelf in het ziekenhuis ligt en er vloeibare fluoriserende chemotherapie via een ruggenprik je hersenvocht in wordt gespoten. Dan blijkt dat naast een onuitstaanbaar bijwoord, kanker bovenal een ondraaglijke kutziekte is.

Het woord kanker komt in dit stuk vaak terug, maar dat mag omdat ik het zelf hebt gehad. Schrik dus niet en lees juist verder. Dit zijn de redenen waarom we het woord overmatig gebruiken maar ook passievol haten:

Dit is de reden waarom het geliefd is

We schelden in Nederland teringvaak met ziektes. Het is de beste manier voor het afreageren van onze frustraties. Je wenst elke fuckboy de tyfus toe wanneer hij je beste vriendin, ipv jou, heeft gevingerd of bombardeert elke iPhone tot kolere-ding als je netwerk ongevraagd weer terugschakelt naar 2G terwijl je net zo lekker in je sextingsessie zit. Schelden met ziektes is net zo Hollands als een geplette kroket tussen je witte bakkersbolletje of een klodder appelmoes bij je spaghetti. Hoe kut het ook klinkt, de robuuste klank van kanker bekt lekker. Als je je teen stoot aan de rand van de wasmachine en daarbij je nagel DOOR je teen wordt getorpedeerd zeg je toch niet zo snel 'oh, grutjes!' of 'hè, potjandubbeltjes'.

Dit is de reden waarom het gehaat wordt

Als kankerpatiënt heb je dankzij de zware medicatie een onherkenbaar vocht vasthoudende beverkop. En zijn je benen geslonken tot spillebeentjes van het formaat Keniaanse marathonloper. Genezen sloopt je lichaam. Maar je leeft nog! Je besluit na een dagje chemo's trekken even gezellig de stad in te gaan om een kankerpet of -bandana te kopen. Uit het niets beginnen de pubers voor, naast en achter je harder met 'kanker' te kakelen dan op elkaar trippende kippen in een legbatterij. En stel je dat eens voor: jou treft als kankerpatiënt het geluk om kanker te overleven, maar het woord is uitgezaaid als een terminaal kankergezwel over de Nederlandse taal. Valt dat iemand kwalijk te nemen? Misschien niet. Pijnlijk is het wel.

Dit is hoe het opgelost kan worden

Dafuq is belangrijker: dat je als gezond Nederlands mens snel een scheldwoordje kan gebruiken? Of dat iemand die hier op een of andere manier aan lijdt, er constant door opgefokte tieners, gefrustreerde verkeersdeelnemers en scheldende vrienden aan herinnerd wordt? Do as you please, maar bij enige vorm van empathie weet je wat de juiste keuze is. En als je naar die 'kankersaaie' verjaardag van oom Willem uit dat 'kanker'-Bovenkarspel gaat, of naar dat 'kankervette' concert van Ronnie Flex, bedenk dan dat je ook gebruik kan maken van het altijd gangbare 'fucking'. Want een goede neukpartij, daar val je nooit iemand mee lastig.