Waarom moeten onze vakanties steeds exclusiever en extremer zijn?

Beeld: Hanna Whittle

Vroeger was je nog een benijdenswaardige levensgenieter als je anderhalve week ging recreëren in de Dordogne, nu moet je minstens een maand bij een inheemse, dove stam van kannibalen in Bolivia hebben gewoond, wil je indruk maken op je Instagramvolgers, competitieve vrienden en snel verveelde collega's.

Maar hoe komt dat toch?

1) We lijden allemaal aan sociale bewijsdrang en het voelt fucking lekker om anderen jaloers te maken

Hoe kom je in godsnaam af van die knagende jaloezie als je ziet dat je oud-klasgenoot Joachim eerder over het enige fietspad in Abchazië heeft gelongboard dan jij? Dankzij Instagram is de druk om ergens heen te gaan waar nog niemand van je followers is geweest, nog groter geworden. Jij wilt de eerste en enige zijn die kan zeggen dat ze in Oost-Timor ladderzat is geworden met handtastelijke locals. En niks is zo lekker klaarkomen dan wanneer je ziet dat die foto van jou en een levensgevaarlijke neongele gifkikker de 100 likes passeert. Gewoon omdat je weet dat er ergens in dat grauwe Nederland iemand jouw account aan z'n collega laat zien en zegt 'Ugh, deze bitch is weer op reis. Ben zooooo jaloers'. FUCK YEAH! En nu snel ff dat vaccin regelen bij de enige dokter op het eiland.

2) Niets straalt zoveel rijkdom uit als zelfontplooiing en je vertelt jezelf dat reizen je dit geeft

We vertellen onszelf dag in, dag uit dat die trip naar Paraguay zoveel belangrijker is dan sparen voor iets abstracts als 'je toekomst', 'dat moment dat m'n wasmachine het onverwachts begeeft' of 'je pensioen'. Daarnaast weten we dondersgoed dat er niets zo sexy is als iemand die veel van de wereld heeft gezien. Tel daar ook nog eens bij op dat je een rijker mens lijkt als je kan zeggen dat je op een Vespa van Somalië naar India bent gereden. En dan vertel je natuurlijk iedereen die het maar wilt horen dat je op die trip drie keer bent beroofd en daardoor alleen maar in vochtige grotten en opengesneden kamelen hebt geslapen.

Als thuisblijvers je vragen of je uiteindelijk geen eigen huis wil kopen kijk je ze vol minachting aan en zeg je dat je 'niet zo materialistisch bent als jullie loonslaven' en bang bent voor sleur. Intussen ben je al sinds vorig jaar september geld opzij aan het zetten om toch eindelijk eens in die sustainable ecolodge in Ecuador te kunnen overnachten, voor 1000 euro per nacht.

3) We zijn superkritisch en superverwend geworden

We hebben alles wat ons hartje begeert! Goedkope vluchten! Fidget spinners! Internet! Een overschot aan reisprogramma's en Instagrams vol met jaloersmakende inspiratie!

Maar het maakt ons ook enorm afgestompt en voor je het weet voer je dit soort gesprekken over je zomervakantie: "Patagonië ziet er misschien leuk uit met al die bergen, eenzame locals die niet op me zitten te wachten en wonderschone vergezichten, maar ik zag laatst een tv-programma en een vlog van Laura Ponticorvo over het gebied én ik sprak een vriendin van me die daar was geweest. Nu hoef ík er dus niet meer naartoe. Zit nu te denken aan Irak? Wil al sinds m'n zestiende propper worden bij zo'n leuk beachtentje in Bagdad!"

4) We denken allemaal een Floortje, Freek of Indiana te zijn

Zijn we niet! Je gaat echt geen onontdekte grotten op een Djoser-excursie tegenkomen en het is helemaal niet zo sexy om een bijna-dodelijke aanval van een bizon te overleven tijdens het hiken door hun natuurlijke habitat. Doe gewoon chill en ga eens een weekendje in een authentiek Bastion-hotel aan de A4 zitten om weer te aarden. Hoor dat ze daar tegenwoordig meditatieretraites organiseren.