De racist is een mythisch dier dat nog lang niet uitgestorven is

Het meest tot de verbeelding sprekende dier dat in Nederland rondloopt – al is het alleen al vanwege zijn betoverende naam – is de Homo Racistus, hierna racist genoemd. Ooit werd deze diersoort met uitsterven bedreigd maar inmiddels is het ras bezig met een stevige opmars en zijn ze steeds vaker in het wild en overdekte winkelcentra waar te nemen.

Mythe

De racist is een van oorsprong wild beest dat aanvankelijk alleen voorkwam in Dierentuin Emmen en in de glooiende heuvels van Limburg. Daar graasden de laatste wilde exemplaren nog tot in de jaren 80 van de vorige eeuw. Daarna beschouwde men het dier als uitgestorven. De jaren 90 bestonden voornamelijk uit het mijmeren over dit mythische dier dat we alleen kenden uit de spreekbeurtboekjes die je raadpleegde op de basisschool, van de verschrikkelijke omstandigheden van niet-witten tijdens WOII en de collectie van het Tropenmuseum te Amsterdam.

Gelukkig zijn er eind vorige eeuw enkele racisten in plattelandsdorpjes en stadse buitenwijken ondergebracht. Een bescheiden aantal maar genoeg om mee te kunnen fokken. Naarmate de kudde weer groter en sterker werd, begonnen veel racisten flink te bokken op hun stukje gras. Het dier had duidelijk meer ruimte nodig, de Nederlandse grasweides waren volgens hen veel te vol. Waarom? Omdat ze deze moesten delen.


Amok in het dierenrijk

Wie moest er wijken? Alle mooie, nieuwe exotische dieren natuurlijk. Deze exotische exemplaren werden onder erbarmelijke omstandigheden naar Nederland verscheept en vervolgens in slecht onderhouden dierenparken in ondergebracht. Later mochten de exotische dieren ook bij de boeren op het land grazen. Dit gebeurde in de periode dat de racist net weer een beetje aan het aansterken was en weigerde om in de wei te staan en zelf te grazen. Gelukkig wordt er al sinds mensenheugenis gratis hooi verspreidt door onze regering. Geen enkel dier hoeft te verhongeren in ons land.

Ethologische onderzoekers van de Universiteit in Wageningen kwamen er met behulp van gedragsonderzoek (een paar racisten werden hiervoor uit de roedel in Helmond gehaald) achter dat de racist elk ander dier ziet als indringer en parasiet. Ook de evolutie van de racist werd in kaart gebracht. Hun levensdoel is door de jaren heen van ‘overleven’ verschoven naar ‘alle parasieten het land uit werken, vol=vol’.

Een volgende stap was al gauw gezet, racisten van door het hele land verzamelen zich sindsdien op gezette tijden om elk ander dier dat niet als racist herkend wordt het land uit te jagen, om de landgrenzen te bewaken en in sommige gevallen zelfs de halsslagaders van hun natuurlijke vijand door te bijten. De natuur is onvergeeflijk.

Beeld: Bob Jonkers

In het wild spotten?

Mocht je een racist tegenkomen tijdens het wandelen, wees dan op je hoede. Het beste is om zo min mogelijk te bewegen, zo min mogelijk geluid te maken en om absoluut geen onderbouwde mening met het dier te delen. Maak ook zeker geen oogcontact. Er zijn meerdere gevallen bekend waarin oogcontact met racisten eindigde in een bloederige bende.

Kenmerkend voor de racist zijn de korte, stompe benen waarmee hij er niet zo wendbaar uitziet, maar waarmee hij toch zelfverzekerd door het land stapt. Het onderste gedeelte van die benen is vaak bedekt door een zogenaamde ‘tribal’ print, wat sterk contrasteert met de beige vacht. Verder heeft het beest in de zomer een rood-roze huid die om de paar dagen vervelt. Het hele jaar door herken je een exemplaar aan de korte, rechtopstaande manen en witte, omhooggetrokken snuit. Alsof ‘ie iets smerigs ruikt. Menselijkheid, beschaving en een dampend broodje pom, bijvoorbeeld.