Dit is wat er gebeurt als conducteurs veel te veel praten in treinen

Een keurig verzorgde dame en een jonge jongen met de ogen van een engel en een hip bloempotkapsel zitten in een treincoupé. Ze kijkt vol oma-liefde naar hem, maar je ziet ook de zorgen in haar ogen.

“Zo Bram,” zegt ze, “Ik hoor dat je aardig aan het zoeken bent de laatste tijd. Ik denk dan ook dat nu de tijd is aangebroken om je te vertellen wat je moet weten.”

Brams gezicht betrekt eerst, maar dan lijkt hij zich te vermannen, alsof hij wist dat dit moment ooit zou komen. Hij haalt adem om iets terug te zeggen, maar dan klinkt door een schelle luidspreker:

“Daaames en heeerreeennnnnnnnnnnnnn. Welkom aan boord van de Intercity Direct richting luchthaven Schiphol, en door in de richting van Rotterrrrrrrrdam Ceuhntráál, en met de eindbestemming Brrrrrredaaaah.”

Bram haalt eerst opgelucht adem dat de luide stem is verdwenen, en haalt dan diep adem om zijn oma te vertellen wat ze werkelijk moet horen. “Oma, u moet weten dat er ook iets is wat ik aan u moet vertellen, een diepe waarheid over mijzelf, die ik al zo lang heb verzwe...”

“Guuuuuuuuuuuuuuhhhhhhheel op tijd vertrekken we nu vanaf Amsterdam Centraal. Vanaf Schiphol Airport is een toeslag verplicht voor deze rrrrrrrrrreis.”

Bram kijkt vragend omhoog. Hij herpakt zijn moed en zegt: “Ik weet niet goed hoe ik het moet zeggen, maar here goes...”

“Uuuuuuuuuuuuuuuuhn toeslag voorrrrr deze rrrrrrrrreis koopt u op het station, of het perrrrrrrrrroooooonnnnnn.”

Bram kijkt naar het geluidsrooster dat hem teistert. Het valt hem op dat er geen schroeven om de speaker heen zitten, niets waardoor hij het apparaat waar de stem uitkomt zou kunnen uitschakelen. Hij begint de gaatjes in het rooster te tellen: bij 25 stopt hij, want Brams oma begint inmiddels bleker te worden. “Oma, gaat het wel met u?” vraagt Bram.

Zij knikt en zegt: “Ja, maar het zou misschien geen kwaad kunnen een slokje...”

“HHEEEEEFFFTTTTT u geen toeslagbewijs bij u, kunt u dat in de trein kopen bij een van de conducteurs, maar dan wel voooooor TIIEEEENNNNN EUUuuuuuurrrrrroooooooo.”

Een zweetdruppel biggelt over oma’s lijkbleke voorhoofd. Terwijl de trein westwaarts rijdt en in de buurt van de haven komt, rommelt Bram verwoed in zijn tas. Hij had het eerder moeten zeggen, hij had nooit zo lang moeten wachten met het inlichten van zijn oma.

Hij vindt een oud flesje Spa Rood, waarvan het etiket inmiddels gekreukt is en bijna loslaat. Bram schroeft snel de dop open, en terwijl hij de fles aan de mond van zijn oma zet, klinkt uit de speaker:

“LLLLaaddies and gentlemen, Welcome aboard our train to...”

Oma verslikt zich in de koolzuurloze drank en begint te hoesten, en vervolgens te hyperventileren. Haar ogen draaien naar boven, zodat alleen het oogwit nog te zien is. Bram schreeuwt: “Oma! Oma! Help!” maar niemand hoort hem, want:

“Schiphol AIRPORT. AT SCHIPHOL AIRPORT, YOU CAN TAKE THE CONNECTING TRAINS TO ALMERE. ON THIS TRAIN A SUPPLEMENT IS REQUIRED.”

Als de stem weer zwijgt, heeft Brams oma nog net een helder moment. Ze trekt hem naar zich toe, en fluistert hortend: “Alles wat je opa vertelde bleek waar, en het was de sleutel tot het ontbrekende gevoel in mijn leven, dat diepe gevoel van leegte dat iedereen kent, en waar iedereen een oplossing voor zoekt. Vertel dit alsjeblieft door aan de mensheid, vertel ze dat...”

Ze sprak zachtjes verder met de laatste levenskrachten die ze in zich had. Brams oren piepte, en hij verstond haar niet goed. Hij boog zijn hoofd naar de lippen van zijn oma, en net toen hij begon te ontwaren wat ze bedoelde, hoorde hij het stemgeluid van een jonge, vlotte meid.

“Dames en heren!! Even uw aandacht voor de railcatering! We hebben stroopwafels, heeeeeerlijke biertjes, lekkere Starbucks-koffie, powerbanks en meer! U kunt met pin betalen.”

Toen ze was uitgesproken kwam er een wat vieze geur uit oma’s mond. Ze was niet meer.