Een openhartig interview met de laatste bitterbal die niemand durft te pakken

Beeld: Hanna Whittle

Wie kent 'm niet? Op het eerste gezicht lijkt hij als twee druppels water op z'n broers en zussen, goudbruin met een korrelige huid en gloeiend hete ingewanden. Hoopvol ligt 'ie op een schaaltje of in een mandje te wachten op het hogere doel: consumptie, meestal vergezeld door een klein bakje mosterd en -als het echt feest is- een toefje krulpeterselie. Maar zodra z'n broers en zussen zijn verdwenen in een gulzige mensenmond, zuur van de sauvignon en hongerig sinds de late lunch, is de laatste bitterbal opeens pijnlijk alleen. Alleen maar omdat niemand het lef heeft om 'm gewoon te pakken.

We spraken de beste man over eenzaamheid, oud frituurvet, valse bescheidenheid en de vergankelijkheid van het leven:

Hoe ben je in dit wereldje gerold?

Nou, dat ging best soepel eigenlijk. Ik rolde uit een grote plastic Van Dobbe-zak, zo hop het kokende frituurvet in. Beetje overbodige vraag dit.

En wat deed je daarvoor dan?

Ik heb een tijdje in een fabriek rondgehangen met andere snacks, beetje lol trappen, socializen, flirten met de mini-frikandellen - je kent het wel. Maar als ik heel eerlijk ben was het daar geen reet aan. Het was er altijd tyfuskoud, alsof iemand te gierig was om z'n Nuon-rekening te betalen. En overal hingen van die ongezellige, felle tl-buizen. Zo deprimerend. Ik ben meer iemand die houdt van terrasjes pakken, sfeerverlichting en een warme atmosfeer, snap je?

Helemaal. Dan was je zeker blij verrast toen je uiteindelijk in die vetpan terecht kwam?

Zeker! Ik zag het helemaal voor me, flink goed doorbakken worden. En je hebt het nooit meer koud. Denk je...

Wat bedoel je?

Zodra je op dat bord ligt, of erger nog: in zo'n aanstellerig mini-frituurmandje, is het ieder voor zich. Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld. Elke bitterbal in dat schaaltje doet z'n uiterste best om als eerste gepakt te worden.

En dan blijf je als laatste over...

Het is zo'n vervreemdend en intens rotgevoel als je beseft dat niemand je op wil pakken, secuur open wil bijten, lauwwarm wil blazen en op wil eten. Daar lig je dan. Moederziel alleen op een met vet doordrenkte servet. Klodders mosterd op plekken waarvan je niet wist dat ze bestonden. En je wordt steeds kouder van binnen. Je voelt je ingewanden stollen. Je daalt met de seconde in waarde en je weet het. Alleen maar omdat de mensen die je notabene hebben besteld weigeren de bitterbal die als laatste overblijft, in hun mond te stoppen. Het is waanzin!

Wil je nog iets zeggen tegen de mensen die dit keer op keer doen?

Wie hou je voor de gek? Iedereen weet dat je me wilt. Er is verdomme betaald voor ons allemaal en opeens is iedereen te 'bescheiden' om mij op te eten? Alleen omdat ik als laatste over ben gebleven en we met een oneven aantal waren? Hoe langer ik erover nadenk hoe kwader ik weer word! Waarom zou je een lekkere bitterbal zo willen kwetsen, koud laten worden en uiteindelijk door de schurftige hond van een toevallig voorbij sjokkende Spaanse crust laten opschrokken? Wat voor een harteloze snob ben je dan? Alleen omdat je niet over wilt komen als gulzige vetzak? Hou toch op man! Ik hoop dat je je tong verbrandt aan één van ons en niet meer kan proeven hoe lekker we zijn.