De sociale discriminatie waarmee je te kampen krijgt als je een Samsung neemt in plaats van een iPhone

De eerste vriendin die me zag met mijn nieuwe smartphone legde plots het gesprek stil en wees met een hand voor haar mond naar mijn telefoon: "WAT IS DAT DING DAAR?!" Ik hield mijn telefoon vragend omhoog, terwijl zij haar ogen dichtkneep. De aanblik van het stuk plastic leek haar fysiek te pijnigen.

Samsung Galaxy A3
Een paar uur daarvoor stond ik op het punt een nieuwe telefoon te kopen. Toen ik het toestel moest kiezen werd de verkoper even stil, en zei hij op zachte toon, zodat de andere klanten het niet konden verstaan, de volgende woorden: "Moet het per se een iPhone zijn?" Het was niet in me opgekomen dat het een mogelijkheid was om geen iPhone te nemen. En nog maar 30 euro in de maand neer te tellen voor een telefoon. De Samsung Galaxy A3.

Ietwat onwennig liep ik de winkel uit, ik zocht naar het schuifje om mijn geluid uit te zetten. Het kostte me twee swipes om de telefoon geruisloos te maken. Na een dag met het ding op zak, bleek dát het grootste technische mankement. Voor de rest was er eigenlijk weinig mis mijn Samsung: al mijn apps bediende ik met hetzelfde gemak, bellen deed ik toch al niet, berichten sturen nam zelfs minder tijd in omdat het toetsenbord net iets groter was dan dat van de iPhone 4. Maar ik had geen weet van de discriminatie die gepaard gaat met het bezit van een Samsung.

Zeven iPhones
Ik moet toegeven, ik verlang niet veel van een telefoon. Het exacte onderscheid tussen iPhone en Android zou ik niet weten, simpelweg omdat het me niet genoeg interesseert. Wat me wel bezighoudt is hoe andere mensen op me reageren, ik ben immers een sociaal wezen met gevoelens.

Die avond schoof ik aan bij vrienden in een café, op tafel lagen zeven iPhones. Na de aanvaring van eerder die dag durfde ik mijn smartphone niet gelijk uit mijn tas te pakken. Pas toen iemand begon over Lowlands en de wrap geitenkaas die hij daar ooit had gegeten, kon ik niet anders dan even mijn Instagram checken.

"WAT DOE JIJ?!"

Verschrikt keek ik op. Ik schaamde me al omdat ik tijdens een gesprek op mijn telefoon had gekeken. Maar daar bleek het niet om te gaan. De Samsung werd uit mijn vingers gepakt en uitgebreid bekeken. Een jongen probeerde de weersverwachting van de volgende dag te checken en na drie seconden gooide hij het apparaat vermoeid op tafel.

Te dom voor Android
"Ik weet niet hoe ik hiermee om moet gaan, hoor." Zo moeilijk is het werkelijk niet. Een meisje opperde dat ze gewoon niet slim genoeg was om Android te begrijpen. Een aardige poging om te verhullen dat ze niet gezien wil worden met iets anders dan een iPhone. Een Samsung is geen statussymbool. Ik voelde me een arme sloeber die de schoonheid van het besturingssysteem van Apple niet kan waarderen.

Ik geloofde altijd dat ik geen gebruik maakte van luxe goederen. In mijn kleren is altijd wel ergens een gat te vinden, een auto heb ik niet, en een horloge vind ik niet lekker zitten. Ik wist niet dat mijn iPhone precies de rol van een statussymbool innam. Een rafelige spijkerbroek met een blouse van de tweedehandswinkel is vintage en dat kunnen we begrijpen zolang er een iPhone uit de broekzak piept. Het is een paspoort dat direct laat zien dat het met iemand voor de wind gaat.

Neukende schapen en een Huawei
Laatst bekeek ik in de trein een meisje met golvend haar tot aan haar rug, ze had een spits neusje en staarde naar buiten. Ik vond haar knap. Even dacht ik erover om iets te zeggen. Soms wil je vrienden worden met iemand omdat die er leuk uitziet. Zodra de trein langs een koe met een missende poot of twee neukende schapen zou razen, zou ik een opmerking maken. Maar toen pakte ze iets uit haar tas dat haar nóg een tree lager op de sociale ladder zette: een Huawei.

Op dat moment wist ik definitief zeker dat ik gevangen zit in een systeem. En even miste ik mijn iPhone.